Advies- en Meldpunt Kindermishandeling Nederland

Wat doet het AMK?

Als u vermoedt dat een kind wordt mishandeld, kunt u het AMK om advies vragen of een melding doen.

Advies

U kunt bijvoorbeeld voor advies terecht bij het AMK om:

  • een inschatting te maken van de problemen van het kind;
  • te overleggen hoe u uw vermoedens met de ouders kunt bespreken;
  • te overleggen welke hulp u het kind of de ouders kunt bieden.

Soms blijft het niet bij één adviesgesprek, maar zijn er meer contacten tussen u en het AMK over hetzelfde gezin. Het AMK kan u ondersteunen bij uw aanpak van een vermoedelijke situatie van kindermishandeling.
Zo kunt u bijvoorbeeld een maatschappelijk werkende of vertrouwensarts vragen om u te helpen bij het voorbereiden van gesprekken met de ouders over uw zorgen.
Voor een adviesgesprek hoeft u de naam van het kind en van het gezin niet te noemen. Het AMK legt geen persoonsgegevens over het gezin vast. Als u dat wilt, kunt u ook uw eigen naam en functie achterwege laten. Na een adviesgesprek onderneemt het AMK géén actie in de richting van het kind of het gezin. U blijft als adviesvrager zelf verantwoordelijk voor het al dan niet bieden van hulp.

Melding

Ziet u, eventueel na een adviesgesprek, geen kans om zelf iets met uw vermoedens van kindermishandeling te doen, dan kunt u een melding doen. Want iedereen die vermoedt dat een kind wordt mishandeld, verwaarloosd of seksueel misbruikt, kan zijn vermoedens bij het AMK melden: een leerkracht, een huisarts, een politiefunctionaris of bijvoorbeeld een buurman. Na een geaccepteerde melding stelt het AMK een onderzoek in naar de gezinssituatie van het kind. Blijkt het kind inderdaad in de knel te zitten, dan organiseert het AMK hulp, zodat de situatie voor het kind verbetert. Het AMK biedt zelf geen hulp, maar zorgt er wel voor dat de noodzakelijke hulp in gang wordt gezet.

Het onderzoek en de keuze van hulpverlening gebeurt zoveel mogelijk in overleg met de ouders. In ernstige gevallen kan het AMK de kindermishandeling melden aan de Raad voor de Kinderbescherming, zodat de procedure voor een kinderbeschermingsmaatregel in gang kan worden gezet. Het AMK doet dit alleen als hulpverlening niet voldoende wordt geacht om de situatie voor het kind te verbeteren of als de ouders niet bereid zijn om de noodzakelijke hulp te accepteren. Het AMK doet aangifte bij de politie wanneer het belang van het kind of de ernst van de gemelde feiten daar aanleiding toe geeft.

Na een melding is het AMK verantwoordelijk voor het onderzoek en voor het in gang zetten van de stappen die daarna moeten volgen. Voor het doen van het onderzoek heeft het AMK uiteraard informatie nodig, zoals uw eigen naam, functie en adres, en de naam en het adres van het kind, voor zover deze gegevens bij u bekend zijn.

Wat gebeurt er met uw informatie?

Uitgangspunt is dat het AMK zoveel mogelijk openheid biedt in de richting van de ouders: over de melder, de inhoud van de melding en over de uitkomsten van het onderzoek. Alleen als het echt niet anders kan, wordt er buiten de ouders om gesproken en gehandeld.

Meldrecht en beroepsgeheim

Veel beroepskrachten hebben een geheimhoudingsplicht of een beroepsgeheim ten opzichte van hun cliënten. De Wet op de jeugdzorg (artikel 53 lid 3) geeft deze beroepskrachten echter in geval van een vermoeden van kindermishandeling een meldrecht. Dit meldrecht betekent dat (ook) alle beroepskrachten met een geheimhoudingsplicht - een arts, een hulpverlener, een geestelijke of een politiefunctionaris - het recht hebben om een vermoeden van kindermishandeling bij het AMK te melden. Voor deze melding hebben zij geen toestemming nodig van de ouders of het kind. Artsen doen er goed aan ook de 'meldcode voor medici inzake kindermishandeling' van de KNMG te raadplegen.

Informanten

Tijdens het onderzoek benadert het AMK beroepskrachten om op die manier meer informatie te krijgen over het kind en zijn gezinssituatie. Het AMK noemt deze verschaffers van informatie 'informanten'.
Het meldrecht geeft beroepskrachten met een geheimhoudingsplicht ook het recht om informatie over een kind te verstrekken als het AMK daar in het kader van een onderzoek om vraagt.

Anoniem blijven

Uiteraard willen de ouders meestal weten van wie de melding afkomstig is en met welke informanten tijdens het onderzoek is gesproken. Ouders die niet te horen krijgen wie de melder is, steken vaak veel energie in het achterhalen van de identiteit van de melder. Mede daarom wil het AMK graag zo open mogelijk met meldingen omgaan. Soms is dat echter niet verstandig. Daarom hebt u op grond van wettelijke regels in onderstaande gevallen het recht om anoniem te blijven ten opzichte van het gezin.

Bent u een beroepskracht die vanuit zijn functie met het gezin te maken heeft - zoals een docent, een huisarts of een maatschappelijk werker - dan kunt u in bijzondere gevallen anoniem blijven. Namelijk waneer bekendmaking van uw identiteit:

  • een bedreiging vormt of kan vormen voor het kind of voor andere (minderjarige) kinderen in het gezin, of
  • een bedreiging vormt of kan vormen voor uzelf of voor uw medewerkers, of
  • uw vertrouwensrelatie met het gezin verstoort of kan verstoren.

Als met u is afgesproken dat u anoniem blijft voor het gezin dan zorgt het AMK ervoor dat uw informatie zo in het dossier wordt opgeslagen, dat de ouders ook uit het dossier uw identiteit niet kunnen achterhalen.

Logo AMK: naar de homepage
Colofon